Artikelindex

Uit De Geestmolen van december 1997 door Kees Komen

Terborchlaan, Terborchbrug, Terborchhof
Op 6 augustus 1959 werd de straatnaam Terborchlaan vastgesteld. Naar dezelfde schilder zijn de Terborchbrug genoemd en vervolgens, zeer recent, de Terborchhof.
De Terborchhof is de 'oprijlaan' van het vernieuwde bejaardentehuis De Vleugels. De Terborchlaan loopt door tot aan Sporthal en IJsbaan De Meent.

Portret- en genreschilder, tekenaar en etser Gerard (Geraert, Gerrit) Terborch 'de Jonge' werd rond zijn drieëntwintigste beroemd vanwege zijn elegante en uiterst minutieuze portretten in klein formaat. Terborch was wars van oppervlakkigheid. Hij streefde naar verfijning en een sober maar subtiel kleurgebruik. ' Zijn werken, meestal klein van formaat, zijn rustig van stemming en onderscheiden zich door een fijn koloriet en voorname koelheid.' (Drie eeuwen portret in Nederland, 1952.) 'Hij is de portrettist van den deftigen patriciërsstand.' (Zoeklicht, 1925.)

Terborch werd in Zwolle geboren aan het einde van het jaar 1617 en overleed in Deventer op 8 december 1681. Terborch zien we ook wel geschreven als Ter Borch. Onder andere het Rijksmuseum Amsterdam hanteert die schrijfwijze. Terborgh is een foute spelling: Terborgh was een letterkundige.

Terborch kreeg schilderlessen van zijn vader in Zwolle ('de Oude', 1583-1662). Evenals zijn vader is Gerard Terborch als ambtenaar werkzaam geweest (ontvanger van convooien en licenten). In 1632 werkte hij in Amsterdam op de ateliers van Pieter Codde, Simon Kick en Willem Duyster, en twee jaar later bij Pieter Molijn in Haarlem Naderhand onderging hij de invloed van Frans Hals.

Na zijn studiejaren ging hij in 1635 naar Londen. Daarna maakte hij een reis door Duitsland, Italië, Frankrijk, Spanje en Zuid- en Noord-Nederland. Tijdens de vredesconferentie van Munster, 1646-1648, waar een einde kwam aan de Tachtigjarige Oorlog, maakte hij zevenenveertig portretten van de afgevaardigden (niet alleen de Nederlandse delegatie, maar ook de Franse, Duitse en Spaanse gezanten), alsmede zijn enige historiestuk, 'De bezwering van de vrede tussen de Nederlanden en Spanje' (National Gallery, Londen), met de beëdiging van de Nederlandse partij. Hij was in die periode opgenomen in de hofhouding van de belangrijkste Spaanse gevolmachtigde, de graaf van Peñaranda (Gaspar de Bracamonte y Guzmán, Conde de Peñaranda), van wie hij ook een portret maakte en die hij na de conferentie naar Spanje vergezelde, waar hij veel succes oogstte.

Van 1650 tot 1654 woonde Terborch in zijn geboorteplaats Zwolle In 1655 werd Terborch burger van Deventer, waar hij tot zijn dood is gebleven. In die stad heeft hij burgemeester Quaedtacker geschilderd, een neef van hem. Vanaf 1650 is hij zich gaan toeleggen op genretaferelen in de trant van Gabriël Metsu. Werk van Terborch bevindt zich in het Rijksmuseum Amsterdam, het Mauritshuis in Den Haag, het Louvre in Parijs ('De muziekles'), Bremen ('Het triktrakspel'), het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen, voorts in Dresden (Staatliche Gemälde-Galerie), KasseI, München, Schwerin, Londen, Boedapest, en Berlijn. In het Rijksprentenkabinet te Amsterdam wordt een groot aantal tekeningen en schetsboeken van de Terborchs bewaard Naast Gerard en zijn vader waren ook de andere kinderen uit het gezin actief op het gebied van de kunst. Gesina, Harmen en Mozes

Aan de Terborchlaan opende burgemeester drs R.J. de Wit een kegelhuis op 15 mei 1972. Kort daarvoor, op 14 februari 1972, werd aan de Terborchlaan de Kunstijsbaan geopend.