Afdrukken

Brief Besluit Provincie

Brief
Beroepsprocedure

/////

Gedeputeerde Staten

Datum 15 NOV. 2001
Ons kenmerk  2001-17904
Onderwerp  Grondwaterwet besluit inzake aanvraag vergunning behandelingsnummer 0115
Afdeling  Water en Groen 
Behandeld door H.P. Zwanenburg-Nederlof 
Telefoon (023) 5144644 
Bijlage(n)  VERZONDEN 1 5 NOV. 2001 

Geachte heer,

Op 16 mei 2001 hebben wij van Keyzer & van Doorn & van Duijn BV, namens u, een aanvraag ontvangen voor een vergunning krachtens de Grondwaterwet voor het onttrekken van grondwater aan de Vliegerstraat te Alkmaar. De percelen zijn kadastraal bekend: kadastraal gemeente Alkmaar sectie E nummers 5463,5464, 4904, 4906, 4827 en 4828.

Aanvraag
Aan de Vliegerstraat in Alkmaar wordt een ondergrondse parkeerkelder onder een 3-tal cirkelvoffi1ige woontorens aangebracht. Het oppervlak van de kelder bedraagt ca. 4000 m2.
De onderzijde van de keldervloer wordt aangelegd op NAP -2,90 m. De ontgraving vindt plaats tot NAP -2,95 m. De ontgraving vindt plaats binnen waterkerende damwanden met een inheiniveau van tenminste ca. NAP -10 meter. Om de werkzaamheden in den droge te kunnen uitvoeren zal de grondwaterstand en stijghoogte in de bouwput door middel van een bemaling worden verlaagd. De stijghoogte in de watervoerende tussenlaag wordt verlaagd met 2,85 meter.

De bemaling vindt plaats met behulp van horizontale drainage. Voor de drains kan een h.o.h. afstand van ca. 5 a 7 rn worden aangehouden waarbij deze in de breedteligging van de put in combinatie met een ringdrain kunnen worden aangebracht. In totaal worden 4 drains aangebracht met een capaciteit van 60 m3/u per drain met de filters op 4,5 rn beneden maaiveld.

Maximaal wordt 118,75 m3/uur, 2850 m3/dag, 52.200 m3/maand en 153.325 m3/jaar onttrokken. Het waterbezwaar neemt tijdens de bemaling af tot een min of meer constante waarde. De gewenste verlaging wordt bereikt naar verwachting na ca. 7 dagen. Gemiddeld wordt vanaf deze periode 55 m3/dag onttrokken.
Het grondwater wordt geloosd op het oppervlaktewater. De bemalingsduur is ca. 4 maanden.

Bij de vergunningsaanvraag is een bemalingsadvies Van Fugro bijgevoegd, gedateerd 6 april 200l met kenmerk L-2254/00l.

Uitgangspunten van de beoordeling

Bodemopbouw
Op basis van bodemonderzoek (sonderingen) en de Grondwaterkaart van Nederland kan de bodemgesteldheid worden geschematiseerd.

Diepte (rn t.o.v. NAP)LithologieFormatieGeohydrologie
+ 0,5 a 0,4Maaiveld--
+0,5 a 0,4 tot -0,7 a -1,3ZandWestlandWatervoerende bovenlaag
-0,7 a 1,3 tot -1,0 a -1,5Klei, humeusWestlandWaterremmende bovenlaag
-1,0 a 1,6 tot -10,0 a -10,5Zand, matig grof tot grof, lokaal doorsneden door siltige en kleiige lagen WestlandWatervoerende tussenlaag
-10,0 a -10,5 tot -34,0Zand, matig fijn tot uiterst fijn en slibhoudend. Lokaal doorsneden door siltige lagen KleiTwenteEerste watervoerende pakket
-34 a -35KleiDrenteEerste scheidende laag
<-35Zand, fijn tot grof doorsneden door slibhoudende lagenUrk en SterkselTweede watervoerende pakket
 

Bodemconstanten
Op basis van bovenstaande bodemopbouw zijn de bodemparameters vastgesteld: .

Een doorlaatvermogen van de watervoerende bovenlaag van 5 m2/dag; .
Een weerstand van de waterremmende bovenlaag van 20 dagen;
Een doorlaatvermogen van de watervoerende tussenlaag van 150 m2/dag; .
Een weerstand van 3 dagen tussen de twee watervoerende lagen;
Een doorlaatvermogen van het eerste watervoerende pakket van 75 m2/dag; .
Een weerstand van de eerste scheidende laag van 100 dagen;
Een doorlaatvermogen van het tweede watervoerende pakket van 500 m2/dag.
Grondwaterstanden, -stroming en -kwaliteit
Op 5 december 2000 is in de watervoerende bovenlaag een grondwaterstand gemeten van ca. NAP -0,4 meter .
In de watervoerende tussenlaag is in de periode december 2000 tot februari 2001 een fluctuatie in de stijghoogte gemeten tussen NAP -0,85 tot NAP -0,6. De locatie ligt in een infiltratiegebied.

Het grondwater heeft chloridegehaltes van 25 mg/1. Het zoet/zout grensvlak bevindt zich op ca. NAP -25 a NAP -30 meter.

Berekenmethode
De veranderingen in de stijghoogte zijn berekend met het eindige elementen grondwaterstromingsmodel Microfem. Er is gerekend met een debiet van 55 m3/u. Dit is het stationaire debiet waarmee wordt onttrokken als de verlaging van de stijghoogte is bereikt en deze op hetzelfde niveau moet worden gehandhaafd.

Geohydrologische effecten

Beïnvloeding grondwaterstand
In de watervoerende tussenlaag wordt direct buiten de bouwput een verlaging berekend van 0,95 meter. Op 50 meter vanaf de bouwput is nog een verlaging van 0,65 meter en op 100 meter vanaf de bouwput is de verlaging nog 0,35 meter. Het invloedsgebied van de bemaling reikt tot 500 meter vanaf de bouwput, waar nog een verlaging van 0,05 meter wordt aangetroffen.

In de freatische grondwaterstand is de beïnvloeding door de bemaling met name noordoost-zuidwest gericht. Aan de noordwestelijke en zuidoostelijke rand bevinden zich waterlopen waardoor de invloed van de bemaling op de freatische grondwaterstand wordt verminderd. Tot ca. 250 meter naar het noordoosten en zuidwesten is een grondwaterstandsdaling aanwezig.

Gevolgen voor de grondwaterstroming
De grondwaterstroming in de watervoerende tussenlaag zal tijdens de bemaling richting de bouwput stromen. Hiervan zijn geen nadelige effecten te verwachten.

Beïnvloeding zoet/zout-grensvlak
De bemaling heeft geen invloed op het zoet/zout grensvlak.

Zettingen
De zakkingsberekeningen zijn verricht met behulp van de formule van Terzaghi. Op basis van de berekende verlagingen in de grondwaterstand en in de watervoerende tussenlaag zijn de zakkingen aan maaiveld en voor op staal gefundeerde gebouwen zelf berekend. Op 10 meter vanaf de bouwput wordt een maaiveldzetting van 25 millimeter berekend. De op staal gefundeerde gebouwen zakken 10 millimeter. Op 50 meter is dit respectievelijk 20 millimeter aan maaiveld en 7 millimeter voor op staal gefundeerde gebouwen.

Bodem verontreinigingen
Op het terrein waar de bemaling plaatsvindt is een bodemverontreiniging bekend. Het betreft hier een verontreiniging met vloeibare brandstoffen. Deze bodemverontreiniging is recent gesaneerd.

Verder is op 100 meter noordelijk vanaf de locatie aan de Willem Hedastraat een verontreiniging met minerale olie aanwezig in de watervoerende bovenlaag. Voor verplaatsing van deze verontreiniging in de richting van de bemaling hoeft niet worden gevreesd. Wel kan deze verontreiniging enigszins uitzakken.

Gevolgen voor de omgeving

Beïnvloeding van andere actieve gebruikers
Binnen het invloedsgebied van de bemaling zijn geen andere onttrekkingen aanwezig.

Beïnvloeding van passieve gebruikers
Als bemaling plaatsvindt in drogere periodes of in het groeiseizoen (april tlm september) kan een vochttekort ontstaan bij bomen en planten in de omgeving van de bemaling.

Advisering en inspraak

Ter voldoening aan artikel 20 van de Grondwaterwet is de toezending en kennisgeving van de aanvraag gedaan aan:

Burgemeester en Wethouders van Alkmaar;
de Westelijke Land- en Tuinbouworganisatie (WL 10);
het bestuur van het Hoogheemraadschap van Het Hoogheemraadschap van Uitwaterende Sluizen in Hollands Noorderkwartier; .
De aanvraag en het ontwerpbesluit hebben met de daarbij behorende stukken na voorafgaande bekendmaking vanaf 24 augustus gedurende vier weken voor een ieder ter inzage gelegen bij de Afdeling Water en Groen van de provincie Noord- Holland, kamer 3053A, Houtplein 33 te Haarlem en bij de Dienst Stadsontwikkeling en Beheer van de gemeente Alkmaar.

Er zijn drie bedenkingen tegen het ontwerpbesluit ingebracht.

POFA, Praktijk voor ontspannings- en fysiotherapie Alkmaar & omstreken. De bedenking is gericht tegen eventuele geluidsoverlast en problemen met de parkeergelegenheid door de werkzaamheden.
J&H Leistra uit Haarlem zijn de eigenaren van het pand de Vliegenstraat 5, nu verhuurd en in gebruik als muziekcentrum. De afstand van dit pand tot de bouwkuip bedraagt slechts 4 meter. De indieners zijn bang dat door de grondwateronttrekking en bijkomende werkzaamheden zetting zal optreden waardoor er schade aan bovengenoemd pand kan ontstaan.
De advocaat van de heren Leistra, Mr. A. de Groot van bureau Boddaert Milo de Groot advocaten, stuurt een aanvullende brief op deze bedenking waarin wordt opgemerkt dat de funderingswijze van het muziekcentrum eerst bekend moet zijn voor er tot een besluit kan worden gekomen. Verder wordt in deze brief verwezen naar het rapport van Fugro waarin zettingen door middel van hoogtebouten wordt geadviseerd en wordt gesteld dat de werkzaamheden die verband houden met het monitoren van zettingen en de gevolgen die dit voor de panden heeft wordt uitgevoerd door een onafhankelijke expert. De indiener wil betrokken zijn bij de benoeming van deze expert en wil alle gemaakte kosten door de aanvrager laten betalen.

Buurtoverleg de Hoef' Geestmolen' stuurt een bedenking die is ondertekend door de bewoners van 82 adressen. De indieners zijn bang voor schade aan huizen en aanbouwen door zetting van de grond als gevolg van de onttrekking.

Overwegingen ten aanzien van de bedenkingen:
Wat betreft geluidsoverlast en parkeerproblemen: De Grondwaterwet biedt het kader voor een evenwichtige afweging van alle belangen van kwantitatieve en kwalitatieve aard, die betrokken zijn bij het onttrekken van grondwater en het in samenhang daarmee infiltreren van water .
Tot die belangen waarmee in het kader van de vergunningverlening rekening moet worden gehouden, behoren ook de belangen van eigenaren van onroerende zaken of van de rechthebbenden ten aanzien van het gebruik of genot van die zaken. Hun belangen betreffen de grondwaterstand, en wel in zoverre dat bedoelde onroerende zaken van een wijziging in de grondwaterstand schade of nadeel kunnen ondervinden.

De belangenafweging in het kader van de Grondwaterwet is dan ook beperkt tot de belangen die rechtstreeks samenhangen met het onttrekken van grondwater. Geluidsoverlast en parkeerproblemen vallen buiten het kader van de Grondwaterwet. In de vergunning kunnen dan ook geen voorschriften worden opgenomen om deze problemen tegen te gaan. Het burgerlijk recht is het van toepassing zijnde wettelijk kader voor de aansprakelijkheid voor dit soort schade. Wij achten dit deel van de bedenking daarom ongegrond.

Voor wat betreft de ongerustheid dat er schade aan het pand wordt aangericht door de grondwateronttrekking: deze valt wel binnen het kader van de Grondwaterwet. Schade door de voorgenomen onttrekking kan alleen ontstaan door zetting van de grond. De houder van de vergunning is voor deze schade aansprakelijk. Om het verband tussen eventuele schade met de onttrekking te kunnen aantonen moet de zetting ter plaatse worden gemeten middels meetbouten en moet de bouwstaat voor de onttrekking fotografisch worden vastgelegd. In het besluit is een hiervoor een voorschrift opgenomen.

 

Het muziekcentrum bevindt zich op slechts enkele meters van de bouwkuip waaruit grondwater wordt onttrokken. Het pand is op staal gefundeerd op een diepte van ca 3 meter -NAP, dat wil zeggen onder de zettingsgevoelige kleilaag- Toch kan schade niet helemaal worden uitgesloten gezien de zeer kleine afstand. Om de zetting van het gebouw te bepalen moet het pand van minimaal 2 meetbouten worden voorzien die voorafgaand aan en gedurende de bemaling worden opgenomen. In het besluit is hiervoor een voorschrift opgenomen. Verder moet de bouwstaat van het pand voor de start van de onttrekking fotografisch worden vastgelegd om eventuele schade aan het pand vóór en na de onttrekking te kunnen vaststellen en vergelijken.
De woningen van de leden van buurtoverleg de Hoef 'Geestmolen' staan op een grotere afstand tot de onttrekking. Deze wijk is gebouwd in de jaren '70. Van een aantal van deze woningen is bekend dat ze zijn gefundeerd op betonnen palen met een lengte van ongeveer 2.5 meter. Dit houdt in dat de zetting die optreedt in de kleilaag op ca. 1.5 meter -maaiveld geen nadelige gevolgen heeft voor de fundering van deze woningen. Het is echter niet met 100% zekerheid te zeggen dat alle woningen in deze wijk op deze wijze zijn gefundeerd. De funderingsgegevens zijn niet van alle huizen bekend bij de gemeente. Als de huizen op staal zijn gefundeerd is het van belang te weten of de gebouwen op de watervoerende tussenlaag zijn geplaatst of boven de zettingsgevoelige kleilaag. In het laatste geval is er een kans op zettingsschade en moeten deze huizen ter controle vóór de aanvang van de onttrekking fotografisch worden vastgelegd om eventueel aanwezige scheuren te kunnen vaststellen. Dan moeten deze huizen ook worden opgenomen in het plan onder voorschrift 9 van het besluit. Dit houdt in dat ze worden voorzien van een meetbout om de zetting gedurende de bemaling te kunnen volgen.
 

Algemene overwegingen

Grondwateronttrekkingen ten behoeve van het drooghouden van een bouwput worden blijkens het Waterhuishoudingsplan (hierna: Whp) in principe toegestaan. Wel dient schade aan belangen van derden te worden voorkomen en dient in een aantal gebieden de uitvoering zodanig plaats te vinden dat de "aanslag" op de voorraad zoet grondwater zo gering mogelijk is. De bemaling heeft geen invloed op het zoet/zout grensvlak.

De onttrekking zal plaatsvinden in het deelgebied Kop van Noord-Holland. In dit deelgebied wordt volgens het Whp ten aanzien van bronbemalingen geen specifiek gebiedsgericht beleid gevoerd.

De bodemverontreiniging die zich op 100 meter ten noorden van de locatie bevindt zal zich niet verplaatsen als gevolg van de voorgenomen bemaling.

De invloed van de grondwateronttrekking op de freatische grondwaterstand zal klein zijn maar kan in een droge periode toch schade aan bomen veroorzaken. Om dit te voorkomen is in deze vergunning een voorschrift opgenomen om bomen in de omgeving te besproeien.

Als gevolg van de grondwateronttrekking kan zetting van de grond in de omgeving optreden. Gebouwen in de omgeving van de bemaling waarbij een reële kans op zakkingsschade bestaat moeten worden voorzien van hoogtebouten. Voorafgaand, gedurende en na afloop van de bemaling moeten hieraan hoogtemetingen worden verricht. Hiervoor is een voorschrift (nummer 9) opgenomen in dit besluit.

Uit het bovenstaande blijkt dat andere belangen door de onttrekking niet of nauwelijks worden geschaad.

 

BESLUlT

Gelet op de Grondwaterwet en de Grondwaterverordening Noord-Holland besluiten wij u hierbij de gevraagde vergunning te verlenen onder de navolgende voorschriften:

ALGEMEEN

1) In deze beschikking wordt verstaan onder "het hoofd", het Hoofd van het Bureau Bodem van de provincie Noord-Holland, Houtplein 33, postbus 3007, 200 1 DA Haarlem.

2) U bent verplicht afschriften van deze beschikking te verstrekken aan personeel, dat betrokken is bij het tot stand brengen, in werking hebben en houden van de inrichting. Onder personeel wordt hierbij verstaan zowel het eigen personeel als dat van derden.

DEBIETEN

3) Aan de bodem mag niet meer onttrokken worden dan: 120 m3 per uur, 52.200 m3 per maand en in totaa1153.325 m3 .

4) Indien de in de vergunning vermelde debieten overschreden dreigen te worden, dient u dit binnen drie dagen te melden bij het hoofd.

5) Wanneer de gewenste grondwaterstandsdaling gerealiseerd kan worden met een kleiner debiet dan waarvoor vergunning is verleend, bent u verplicht dat kleiner debiet in te stellen

AANVANG WERKZAAMHEDEN

6) Binnen een jaar na het onherroepelijk worden van deze beschikking moet met de onttrekking begonnen zijn.

7) U dient tenminste zeven dagen voor het in werking stellen van de inrichting daarvan schriftelijk mededeling te doen aan het Milieu Informatie Punt (MIP) van de provincie Noord-HoIland (Postbus 30072001 DA Haarlem of fax 023 5421766) door middel van bijgesloten formulier.

8) De vergunning wordt verleend voor de duur van de onttrekking, namelijk 16 weken.

MONITORING EFFECTEN

9) In overleg met Bouw- en Woningtoezicht van de gemeente Alkmaar moet vastgesteld worden welke gebouwen een reële kans lopen op zakkingsschade als gevolg van de voorgenomen onttrekking. Een lijst hiervan moet opgestuurd worden naar het hoofd.

10) Ter monitoring van eventuele zetting dient in overleg met het hoofd een plan te worden opgesteld voor het aanbrengen en inmeten van hoogtebouten op enkele gebouwen binnen de invloedssfeer van de onttrekking. Het muziekcentrum aan de Vliegerstraat dient in ieder geval in dit plan te worden opgenomen, evenals de andere gebouwen die voorkomen op de lijst genoemd in voorschrift 9.

11)Van de gebouwen binnen de invloedssfeer van de onttrekking die op staal zijn gefundeerd moet de bouwkundige staat voorafgaand aan de onttrekking in een bouwkundig rapport en fotografisch worden vastgelegd. Alle gebouwen die voorkomen op de lijst genoemd in voorschrift 9 moeten op deze manier worden vastgelegd. In overleg met het hoofd kunnen hieraan nog andere gebouwen worden toegevoegd.

12) Ter monitoring van de grondwaterstanden in zowel het freatisch pakket als de eerste watervoerende tussenlaag dient in overleg met het Bureau Bodem een

plan te worden opgesteld voor het plaatsen en meten van peilbuizen op verschillende afstanden binnen de invloedssfeer van de onttrekking. In dit plan met bijbehorende kaart moet zijn aangegeven waar de peilbuizen worden geplaatst, wat de filterdieptes zijn en wanneer deze worden opgenomen.

13) Met de onttrekking mag niet worden begonnen voordat voor de in de voorschriften 9 tot en met 11 genoemde plannen toestemming is verleend door het hoofd

14) De peilbuisgegevens en resultaten van de deformatiemetingen moeten wekelijks worden opgestuurd naar het hoofd.

15) In een droge periode moeten bomen in de omgeving van de bemaling extra worden besproeid.

UITVOERING WERKZAAMHEDEN

16) De bemaling dient uitgevoerd te worden zoals beschreven in het bemalingsplan van Fugro dd 6 april 2000 met kenmerk L-2254/00

17) De monitoring van de zetting aan gebouwen in de omgeving dient uitgevoerd te worden door een terzake kundig bureau conform het in voorschrift 9 van dit besluit genoemde plan.

18) Het fotografisch vastleggen van gebouwen in de invloedssfeer van de onttrekking dient door een terzake kundig bureau uitgevoerd te worden conform het in voorschrift 10 van dit besluit genoemde plan.

19) De monitoring van de grondwaterstanden in de invloedssfeer van de onttrekking dient door een terzake kundig bureau uitgevoerd te worden conform het in voorschrift 11 van dit besluit genoemde plan.

METING EN CONTROLE

20) De meting van de onttrokken hoeveelheid water dient te geschieden door middel van één of meer watermeters.

21) Elke andere eventueel gewenste wijze van meten behoeft goedkeuring van het hoofd:

22) De voor de meting van de te onttrekken hoeveelheden water te plaatsen watermeters moeten zodanig op de inrichting worden aangebracht dat er geen water buiten de meetinstrumenten om kan worden afgetapt of ingebracht.

23) De meetinstrumenten en het aftappunt moeten in deugdelijke staat van onderhoud worden gehouden.

24) U bent verplicht aan de ambtenaren van de provincie Noord-HoIland, die met de controle op de naleving van de voorschriften zijn belast, alle medewerking te verlenen bij het verrichten van opmetingen en hen gratis het nodige hulppersoneel en de nodige hulpmiddelen in de ruimste zin ter beschikking te stellen en deze middelen gratis te plaatsen en te onderhouden. Tevens wijzen wij u op de algemene verplichtingen, voortvloeiende uit de Arbeidsomstandighedenwet, om de veiligheids-, gezondheids- en welzijnsgevaren te inventariseren. U dient dan ook deze gevaren aan de toezichthoudende ambtenaar kenbaar te maken. In overleg kunnen dan maatregelen getroffen worden om de aan de werkzaamheden verbonden gevaren voor de toezichthoudende ambtenaar te reduceren.

STOPZETTEN/BEËINDIGING GRONDWATERONTTREKKING

25) Beëindiging van de onttrekking dient onverwijld schriftelijk te worden gemeld bij het Milieu Informatie Punt.

26) Wanneer de bronnen buiten gebruik worden gesteld dienen de bronnen op een deugdelijke wijze te worden gedicht, waarbij tenminste, indien aanwezig, de afsluitende lagen worden hersteld door bentoniet of een vergelijkbaar materiaal.

27) In geval van het niet nakomen van de vergunningvoorschriften of in geval van een onvoorziene inbreuk op één van de bij het grondwaterbeheer betrokken belangen door het gebruik van deze vergunning, is het hoofd bevoegd aanvullende maatregelen voor te schrijven, welke integraalonderdeel uitmaken van de vergunningvoorschriften.

Hoogachtend.

Gedeputeerde Staten van Noord-HoIland, namens dezen waarnemend afdelingshoofd

dhr C.G.F. van der Kroft

//////////////

De aandacht wordt gevestigd op het volgende

In werking treden beschikking

 

Het besluit en de daarbij behorende stukken liggen gedurende een beroepsteffi1ijn van zes weken ter inzage (zie voor infoffi1atie hierover de kennisgeving waarmee deze beschikking is gepubliceerd). Na afloop van deze teffi1ijn treedt het besluit in werking, tenzij
tijdens die teffi1ijn zowel beroep is ingesteld als een verzoek is ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening en/of
ten behoeve van de activiteit waarvoor dit besluit is afgegeven tevens een bouwvergunning is vereist en deze nog niet is verleend.
Beroep/voorlopige voorziening

 Tijdens de beroepstermijn kan beroep worden ingesteld door:
degenen die bedenkingen hebben ingebracht tegen het ontwerp-besluit;
belanghebbenden die aantonen daartoe redelijkerwijs niet in staat te zijn geweest;
adviseurs die advies hebben uitgebracht over het ontwerp-besluit en
degenen die bedenkingen hebben tegen de wijzigingen in het besluit ten opzichte van het ontwerpbesluit.
Het beroepschrift moet zijn ondertekend en bevat ten minste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het is gericht en de gronden van het beroep.

Het beroepschrift moet worden gericht aan de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage.

Wie beroep instelt kan bij de voorzitter van de genoemde afdeling tevens een verzoek indienen tot het treffen van een voorlopige voorziening. Voor het instellen van beroep en het verzoeken om een voorlopige voorziening zijn griffierechten verschuldigd.

ReK